De altaren voor Nehalennia

04 januari 2014

Bijdrage van: Johan

Altaren voor Nehalennia, geschonken uit erkentelijkheid
Het materiaal waaruit de altaren zijn gehouwen, is in veruit de meeste gevallen kalksteen, hoofdzakelijk uit steengroeven in Noordoost-Frankrijk. Een kleinere groep is van zandsteen, grotendeels afkomstig uit de Eifel.

Met "altaar" wordt hier bedoeld: gedenksteen ter herinnering aan een door de godheid bewezen weldaad. Ze werden soms opgesteld in het tempelgebouw zelf, maar meestal onder de zuilengang die dit huis van de godheid omgaf, of ergens daarbuiten, al dan niet in de open lucht. De altaren hebben een gemiddelde hoogte van 50-100 cm bij een breedte van 20-55 cm en een dikte van 10-30 cm. Het grootste exemplaar is 143 cm hoog, het kleinste 27 cm. De meeste altaren zijn uitsluitend dragers van inscripties. In de mooiere en duurdere uitvoering is er boven de inscriptie een nis met in reliŰf een beeld van de godin. Op het bovenvlak liggen praktisch altijd gebeeldhouwde vruchten, symbolische weergave van datgene wat men bij het offerritueel de godin aanbood. De zijkanten zijn over het algemeen versierd met een boom, een hoorn van overvloed of een plant. Voor de schenker van een altaar ging het vooral om de inscriptie. Daarin werd voor eeuwig vastgelegd dat hij de godheid als dank voor een bewezen gunst dit geschenk had gegeven. De teksten zijn in het Latijn, de taal van de Romeinse overheersers van ons land. Zij hebben hier trouwens het schrift ge´ntroduceerd. Op de altaren uit de Oosterschelde zijn er vier met een precieze datering gevonden: 188, 193, 223 en 227 na Christus.

0 reacties



http://www.nehalenniatempel.nl/article.php?story=20140104143402593